Koningspythons leven vooral in de randen van de regenwouden en op de aangrenzende, droge savannen. Men vindt ze zowel op de bodem als in struiken en bomen. Overdag houden de dieren zich verscholen, maar tussen zonsondergang en zonsopkomst worden ze actief en gaan op jacht. Het zijn gewoonlijk rustige en “vriendelijke” slangen, mits ze op een juiste manier gehanteerd worden. Wanneer een Koningspython zich bedreigd voelt, dan zal deze in eerste instantie proberen te vluchten. Lukt dit niet, dan rollen ze zich op een dusdanige wijze op dat ze een soort bal vormen, met de (kwetsbare) kop goed versopt in het midden van de bal. Daar komt de naam Balpython dus vandaan. Dit gedrag is enigszins vergelijkbaar met dat van onze inheemse egel. Heeft een Koningspython eenmaal een bal gevormd, dan zal hij hier niet snel verandering in aanbrengen. West-Afrika reizigers melden dat kinderen soms met zo´n bal voetballen, iets wat de slang uiteraard niet ten goede zal komen.
Pas als de kust weer veilig genoeg is naar de zin van de slang, zal hij de bal ontwarren en zijns weegs gaan. In het terrarium vertonen ze dit oprolgedrag vrijwel nooit. Wanneer een Koningspython zich echt in het nauw gedreven voelt, zal ook deze soort uiteindelijk proberen zijn belager te bijten.
Een
veel ernstigere bedreiging voor de soort dan een potje voetbal, zijn de volgende
gebeurtenissen:
· Vernietiging van het leefgebied van de slang.
· Vangst door de lokale bevolking ten behoeve van het vlees en de huid.
· Vangst voor export naar andere landen.
Laatstgenoemde is een niet te onderschatten factor. Python regius is namelijk een populair, niet al te duur terrariumdier. Alleen al in de U.S.A. werden er de afgelopen jaren per jaar zo´n 60.000 stuks geïmporteerd (In 1989 waren dit er “slechts” ±18.000). Mondiaal zal dit een veelvoud hiervan zijn.
Een groot gedeelte van al die geïmporteerde dieren sterft gedurende het eerste jaar van hun gevangenschap. Dit komt o.a. door de volgende zaken. Na de vangst worden de slangen naar een exporteur gebracht die deze “opslaat” tot hij er genoeg heeft om te versturen. Vaak krijgen deze dieren nauwelijks (of geen) voedsel of water. Hierdoor verzwakken de slangen en krijgen de immer aanwezige in- en uitwendige parasieten de kans zich massaal te vermeerderen. Waardoor de slangen nog meer verzwakken en uiteindelijk ziek worden. Komen ze dan uiteindelijk bij hun nieuwe verzorger, dan begint vaak de ellende pas goed. Koningspythons zijn dan wel mooie terrariumdieren, maar ze zijn moeilijk aan het eten te krijgen (zie Voedsel).

